Photos by : © '18 Eus Straver

NOTE: Unauthorized use of these photos is prohibited. We hope
you have a good lawyer if you disregard this warning.

Alcatraz Hard Rock & Metal Festival 2018 Dag 2 - Kortrijk – 11/08/2018

Na de regen op de eerste dag schijnt een voorzichtig zonnetje op de zaterdag van Alcatraz. Met een lang programma voor de boeg zijn de bezoekers al weer vroeg in de ochtend welkom op de Prisonground. Een mooi gevarieerd programma met oude rotten als Armored Saint en Phil Campbell en zijn zonen, een van Nederlands beste metal export producten Epica en een headliner als Limp Bizkit staat er voor ieder wat wils op de zaterdag van Alcatraz.

Ooit begon dit combo uit Atlanta als coverband maar de grap die worstelaar Chris Jericho en Stuck Mojo gitarist Rich Ward voor ogen hadden is inmiddels uitgegroeid naar een serieuze band die momenteel nog net niet het twintigjarige jubileum aantikt. Deze zaterdag heeft Fozzy de taak om als opener van de dag iedereen uit zijn/haar roes te laten ontwaken en eerlijk gezegd gaat dat de band niet slecht af. De heavy metal die heren brengen is hard genoeg om iedereen op het veld wakker te schudden maar is tevens ook melodieus genoeg om dit niet op een onaangename manier te doen. Visueel heeft Fozzy ook genoeg te brengen. Zo verlaat Zanger Jericho tijdens het vierde nummer ‘Burn Me Out’ (van het laatste album ‘Judas’) het podium om zich een weg door het publiek te banen en vervolgens verder te zingen aan de balkonrand van het V.I.P. deck, enkele tientallen meters verderop. Het (kortstondig) verliezen van zijn microfoonzender op de terugweg naar het podium is waarschijnlijk niemand opgevallen want het publiek aanschouwt massaal gefascineerd deze stunt. Dat het acteren deze worstelkampioen niet vreemd is bewijst hij enkele nummers, die overigens allen afkomstig zijn van de laatste drie albums, weer door een nummertje vanuit een lichtmast te zingen. Alcatraz heeft met Fozzy een perfecte opener van de zaterdag in huis gehaald, zowel visueel als muzikaal een goed stuk vermaak zo vroeg op de dag, de handen gaan dan ook massaal de lucht in bij het beëindigen van de show.

Als tweede band van de zaterdag mag Crisix uit Barcelona de Swampstage leven in blazen met hun felle thrash. Crisix heeft met het zojuist verschenen vierde album ‘Against the Odds’ al bewezen geen eendagsvliegen te zijn en dat feit wordt vandaag ook nog eens onderstreept door het aantal thrashers dat zich op dit vroege tijdstip in de tent heeft verzameld. Het geluid in de tent is wat magerder dan wat je bij deze “retro” thrash zou willen horen maar de band beukt zich in de hoogste versnelling door de set van 35 minuten heen. Er word flink gemoshed en gefeest bij nummers als o.a. ‘G.M.M. (The Great Metal Motherfucker)’, ‘Agents of M.O.S.H’, ‘Get out of My Head’ en ‘Bring ‘em to the Pit’ maar zanger Julián Baz blijft met zijn capriolen en ruige strot het publiek verder opfokken en krijgt er diverse circle pits en een wall of death voor terug. Dat de jonge honden zelf ook niet vies zijn van een dansje blijkt wel als gitarist Marc "Busi" Busqué al spelend over de handen van de menigte gaat. Tijdens het afsluitende ‘Ultra Thrash’ zijn slechts nog de bassist en de drummer op het podium aanwezig. Crisix geeft een vet visite kaartje af aan degene die nog geen kennis hebben gemaakt met deze Catalanen en is een perfecte opwarmer voor stijlgenoten Municipal Waste die later op de dag dit podium mogen bestijgen.

Armored Saint tourt al enige tijd samen met het later op de dag geprogrammeerde Act of Defiance langs diverse clubs en festivals om de re-release van het album ‘Symbol of Salvation’ (1991) kracht bij te zetten. Helaas voor de fans van dat specifieke album speelt het combo aangevoerd door John Bush vandaag een reguliere set waarin ‘Symbol of Salvation’ met ‘Last Train Home’, ‘Reign of Fire’ en het titelnummer wel de meeste aandacht krijgt. Veel fans van het eerste uur zijn enorm blij met de tweede reïncarnatie van de “Saints” en stromen dan ook massaal toe richting de Prisonstage om te genieten van deze heerlijke kwaliteits metal. John Bush is goed bij stem, de band speelt zeer degelijk en met naast de eerder genoemde songs nog ‘March of the Saint’, ‘Long Before I Die’, ‘Chemical Euphoria’, ‘Pay Dirt’, ‘Win Hands Down’ en ‘Left Hook From Right Field’ op de setlist kan er niks meer mis gaan. Helaas is de reactie van het publiek wat mat, er wordt op tijd geapplaudisseerd en af en toe gejuicht. Ook op de momenten dat John Bush de foto pit instapt komt er weinig reactie. Wellicht is dat inherent aan de muziekstijl, want Armored Saint is vooral een band om heerlijk naar te luisteren. Na het afsluitende ‘Can U Deliver’ waarbij Fozzy’s Chris Jericho een deuntje mee komt zingen krijgt Armored Saint alsnog de ovatie die de band verdiend met dit puike optreden.

Je zou denken dat het dringen in de tent zou zijn bij Act Of Defiance, de band bestaat immers uit de twee ex-Megadeth leden Shawn Drover (drums) en Chris Broderick (gitaar) aangevuld met Shadows Fall bassist Matthew Bachand en zanger Henry Derek Bonner. De band heeft met ‘Birth and the Burial’ (2015) en ‘Old Scars, New Wounds’ (2017) twee prima platen afgeleverd en toch valt het aantal toeschouwers een beetje tegen. Aan de vette muzikale thrash, die overigens een stuk extremer uitvalt dan die van Megadeth en de kwaliteiten van zowel de muzikanten als de geluidsman kan het niet liggen, want hier staat toch een geweldige band met een goed geluid op het podium. Wellicht is deze band nog niet genoeg uit de anonimiteit getreden en zal de fan schare groeien na de huidige tour met Armored Saint. Bezoekers die de band al wel in de armen hebben gesloten vermaken zich prima en lijken bij de nummers ‘Talisman’ en ‘Rise of Rebellion’ net even iets extra los te gaan. Een ding is zeker Act Of Defiance verdient een groter publiek en zal dat wellicht in de nabije toekomst ook krijgen.

Het Finse Battle Beast is ontstaan in 2005 en werd na het sterke debuut in 2011 opgepikt door Nuclear Blast Records. Vorig jaar verscheen met ‘Bringer of Pain’ het vierde album waarmee Battle Beast zich stevig nestelt tussen in de sub top van het het power metal genre. Battle Beast start furieus op het hoofd podium met ‘Straight to the Heart’ van de laatste plaat en onmiddellijk wordt duidelijk wat de kracht is van deze band. De vocalen van Noora Louhimo zijn bijzonder sterk en divers en daarnaast heeft de zwaar geschminkte Noora de uitstraling van een ware diva. Met een meer gevoelige opening in een nummer als ‘Black Ninja’ weet Noora met haar band te overtuigen en reageert het publiek enthousiast. Wat verder positief opvalt zijn de live gespeelde keyboards, daar waar andere bands nog al eens gebruik willen maken van een backtrack. Janne Björkroth beweegt enthousiast met zijn keytar op het podium zoals ook de andere bandleden energiek hun spel brengen, neem daarbij de goede interactie met het publiek van frontvrouw Noora en je hebt een sterke power metal show.

Onder begeleiding van een gezellig intro muziekje betreden de heren van Orange Goblin de Swamp stage. Slimme zet want fans hebben zo nog even tijd de tent te betreden. Bij aanvang is het dan ook meteen volle bak. Het publiek heeft er zin in, openingsnummer ‘Sons Of Salem’ wordt dan ook hartelijk ontvangen. Bij de eerste tonen van ‘The Devil’s Whip’ vliegen de eerste biertjes door de lucht. Het is één brok energie, rammende gitaren en heerlijke solo’s dit wordt een feestje! Orange Goblin is rauw, ongepolijst en de perfecte band voor een goede pit. De setlist zit doordacht in elkaar met afwisselend nieuw en oud werk. Maar zelfs de nieuwere nummers worden onder luid gejuich ontvangen. Frontman Ben Ward hoeft niet hard te werken om het publiek op te zwepen maar doet dit wel en dat siert de band. Het is een beestachtige vertoning, maar oh wat een genot is het om naar deze band te kijken. Halverwege de show neemt de stroom crowdsurfers toe en moeten de bewakers van de Swamp toch echt een stapje bijzetten. Tijdens ‘The Filthy & The Few’ ontvlamt de pit echt. Het is zweet, het is haar in je bier smerig, maar dat past fantastisch bij de rauwe klanken die frontman Ben Ward weet te produceren. De band geniet zichtbaar bassist, drummer , gitarist allen gaan met volle overgave. Orange Goblin zijn dieren, heuse podium dieren. Met ‘Red Tide Rising’ wordt de set afgesloten. Orange Goblin laat de Swamp achter zoals een moeras hoort te zijn, vies en benauwd.

Phil Campbell is natuurlijk het best bekend aan de zijde van wijlen Lemmy gedurende zijn periode tussen 1984 en 2015 als gitarist voor Lemmy’s Motörhead. Na het overlijden van de cultheld ging Phil verder met Phil Campbell and the Bastard Sons, een band bestaande uit zijn drie zonen en zanger Neil Starr. In 2018 verscheen de debuutplaat ‘The Age Of Absurdity’ via Nuclear Blast Records en vandaag mag het gezelschap op de main stage van Alcatraz de kunsten vertonen. Wat opvalt is de heerlijke Motörhead vibe die de nummers van het album live brengen, een nummer als ‘Ringleader’ zou niet in een Motörhead set opvallen. Tijdens ‘Born to Raise Hell’ worden Phil en zijn zonen bijgestaan door een gast, Fozzy zanger Chris Jericho zorgt voor het nodige enthousiasme op het podium. Behalve covers spelen de heren ook eigen nummers, soms lekker up-tempo en dan weer donker, loom en traag als ‘Dark Days’. Een klein dipje is daar wanneer de wat saaie Hawkwind cover ‘Silver Machine’ voorbij komt maar met kraker ‘Ace of Spades’ is dat snel vergeten.

Van het energieke van bands als Orange Goblin en Phil Campell is het even wennen wanneer de wat treurige tonen van Sólstafir voorbij komen. De voormalige black metal band uit het IJslandse Reykjavík brengt tegenwoordig ijzige donkere rock waarbij de intense treurnis kippenvel momentjes bezorgt. Vorig jaar bracht de band het inmiddels zesde album ‘Berdreyminn’ uit, een album dat in niets te vergelijken is met het oude werk. Sólstafir opent sterk met ‘Silfur-refur’ van de laatste plaat. De ijzersterke vocalen van zanger Aðalbjörn Tryggvason vliegen net niet uit de bocht, wat een geweldige gave is van de frontman. Met ‘Ótta’ en ‘Köld’ volgen twee titelnummers van oudere platen en ook met deze nummers weet de band te overtuigen. Het publiek reageert enthousiast en de crowdsurfers zijn weer talloos. Hoewel de aparte muziek die Sólstafir brengt niet een ieders oor weet te bereiken is het goed gevuld voor de Swamp stage en is de band een fijne afwisseling.

Eind jaren 80 waren zij groots. Daarna verdwenen ze beetje uit het zicht. De mannen van Mr.Big komen met jeugdige energie het podium op. Opener ‘Daddy, Brother, Lover, Little Boy’ wordt lekker ontvangen. Geen moshpits dit optreden. Nee gewoon genieten van mannen die hun vak als muzikant verstaan. Gitarist Paul Gilbert weet met indrukwekkend solo’s het publiek te bekoren. Zanger Eric Martin is Fantastisch bij stem. Bassist Billy Sheehan laat even zien hoe het hoort. Dit is muziekles! Tijdens ‘Green-Tinted Sixties Mind’ ondersteunt de zanger, bassist Paul Gilbert even zodat hij de mondharmonica kan laten horen. Dit is een leuk kunstje, maar wat vooral opvalt is dat de mannen hun hand niet omdraaien voor een stukje blues vs rock. Moeilijke overgangen met verschillende stijlen niets is hun teveel. Het publiek snapt ook dat zij hier iets bijzonders aanschouwen en er wordt met volle teugen genoten in het heerlijke zonnetje. Totaal niet metal is ‘Wild World’ ( een cover van Cat Stevens), maar gezellig meezingen is het wel. Eric Martin speelt nog even een lekker stukje mee op de akoestisch gitaar. Wat een heerlijke stem heeft deze man toch! Als je wilt weten wat bassen is, check dan een live show van Mr. Big. Tijdens een bassolo hoor je geluiden zelden vertoont uit een bas, deze man is episch en zonder meer de bassist van dit weekend. Publiekslieveling ‘To Be With You’ mag natuurlijk niet ontbreken in de setlist. De security trakteert het publiek op een koddig dansje voor het podium. Mr.Big is misschien niet de grootste naam, maar muzikaal was dit wel één van grootste traktaties van het weekend.

Na Act Of Defiance en het meer gelijkende Crisix, is Municipal Waste de derde thrash band van de dag en uiteraard de partyband bij uitstek. De energie die het vijftal, met zanger Tony Foresta voorop, uitstraalt naar het publiek krijgt de band meteen weer terug vanuit de volle tent. In een uurtje tijd vuurt de band maar liefst twintig felle thrash salvo’s af op de bezoekers waarvan de meesten afkomstig zijn van de albums ‘Hazardous Mutation’, ‘The Art of Partying’ en het meest recente ‘Slime and Punishment’.Voor de verandering staat er nu eens geen band op het podium die vraagt om circle pits een wall of death, nee Municipal Wast wil een wave of death, één grote stroom van crowdsurfers! Die oproep is onder de thrashers niet aan dovemansoren gericht, en het is ineens een komen en gaan van surfers met slechts een kleine onderbreking als men zich toch waagt aan een wall of death. Municipal Waste heeft met dit optreden een gooi gedaan naar band van de dag, maar wanneer doen deze heren uit Richmond, Virginia dat niet? In ieder geval lopen er weer een hoop thrashers ondanks de blauwe plekken voldaan en uitgeput met een grote lach rond, en dat is uiteindelijk één van de doelen van een festival als Alcatraz

Al ver voor het optreden is het een roady van de band die de aandacht weet te trekken door op schaamteloze wijze Marco Borsato ten gehore te brengen. Laten we hopen dat dit niet het hoogtepunt van Epica is, aangezien het veld is bezaaid met mensen in Epica shirts. De opening van de show is in ieder geval vlammend. Zangeres Simone Simons is beter bij stem dan de roady van de band. Ditzelfde geldt voor gitarist Mark Jansen openingsnummer ‘Edge Of The Blade’ wordt enthousiast ontvangen door het publiek. Toetsenist Coen Janssen heeft een constructie waardoor hij zijn instrument ook als segway kan gebruiken, handig anders sta je ook maar zo op 1 plek. ‘Victims Of Contingency’ is duidelijk in trek bij het publiek, en de bewakers van de gevangenis mogen weer aan de bak door de grote hoeveelheden crowdsurfers. Gelukkig is er gisteren veel regen gevallen want Epica heeft niet bezuinigd op de vuurshow. Visueel gebeurt er veel en het publiek lijkt te smullen van de show. Het woord van de dag spelletje met massaal “rock” roepen is een beetje kinderachtig en lijkt ook het publiek niet te bekoren. Afgesloten wordt er met een flinke pit tijdens ‘Consign To Oblivion’. Tevreden en geroosterd door alle vlammen kunnen de fans terug kijken op de show van Epica.

Met rammend geweld opent Devildriver de show. Na 2 noten is het moshen geblazen voor het podium. The swamp gaat los en met luid applaus wordt ‘Hold Back The Day’ ingezet. Bij Devildriver geen pauze. Dit is aan een stuk door rammen. Drummer Austin D'Amond is een heuse animal blast aan een stuk door. Bij ‘Grinfucked’ gaan de middelvingers massaal de lucht in. Dat zanger Dez Fafara af en toe weg valt onder de geluidsexplosie die Devildriver weet te brengen, lijkt niemand te boeien. De cirkle pit komt niet helemaal uit de verf, maar dat komt ook door het massale aantal crowdsurfers . Met zo’n open gat in het midden van het publiek lig je ten slotte zo met je gezichtje op de vloer. Er komt van alles voorbij; gasten met rugzakken om (zucht), in gevangenispakken en uiteraard met go pro’s vakkundig aan de pols gemonteerd want je epische crowdsurfmomentje moet wel vastgelegd worden. De band geniet in ieder geval enorm. Halverwege de set gooit de band er een nog een schepje bovenop met nummers als en ‘I Could Care Less’ en ‘Clouds Over California’. Het geluid was helaas niet al te best, waardoor achterin niet alles goed door kwam. Desalniettemin brak Devildriver de Swamp af en na het optreden kwam het hele zooitje dan ook bezweet en voldaan naar buiten de frisse lucht in voor Dimmu Borgir.

Een andere band die de black metal langzaam aan vaarwel zegt is Dimmu Borgir. De Noorse band, ontstaan in 1993, bracht eerder dit jaar het album ‘Eonian’ en bracht een album waarbij de symfonische muziek langzaam aan de boventoon begint te worden. De show van Dimmu Borgir op Alcatraz is, of je de muziek nu apprecieert of niet, reden voor velen om zich te verplaatsen richting Prison Stage. Na het intro trapt de band af met de nummers ‘The Unveiling’ en ‘Interdimensional Summit’, twee nummers van het nieuwe album. Wat opvalt en eigenlijk jammer is, is dat er wel heel veel meeloopt met een backtrack. De keyboards en koren zijn niet altijd live en dat doet afbreuk aan de prestatie die verder uitstekend is. Met ‘The Chosen Legacy’ komt er wat meer power in het geheel daarmee meer beweging in de pit. Het publiek geniet van de show die professioneel oogt, Dimmu Borgir is definitief de underground status kwijt en brengt muziek voor een groter publiek.

Wat geldt voor Dimmu Borgir, geldt in principe ook voor het Noorse Satyricon. De band opgericht in 1991 neemt steeds meer afstand van het black metal genre en is tegenwoordig “hot en hip”. Het laatste album ‘Deep Calleth upon Deep’, dat vorig jaar verscheen, doet het goed bij een groter publiek daar waar veel black metal liefhebbers afhaken. Maar toch, de inzet van de keyboards (overigens wel live gespeeld) doet het goed en geeft zelfs de oudere nummers meer body. Nummers als ‘Black Crow on a Tombstone’, ‘Now, Diabolical’ en ‘K.I.N.G.’ staan als een huis en klinken vele malen voller dan voorheen. Ook de nieuwe nummers zoals het bijna dansbare ‘Deep Calleth Upon Deep’ en ‘Dissonant’ doen het goed op Alcatraz en zorgen voor een afgeladen volle tent. Satyricon heeft duidelijke stappen gemaakt en is een positieve verassing op Alcatraz.

Limp bizkit komt op met een nummer van de Beastie Boys. Fred Durst heeft zichzelf in een aparte pyjama gestoken. De magische woorden “Get The Fuck Up” doet het massaal toegestroomde publiek voor deze afsluiter van de Prison direct springen. “You wanna fuck me like an animal” klinkt uit menig keel. De sfeer zit er in ieder geval lekker in. Met ‘Rollin’ al vroeg in de set is het veld in ieder geval lekker warm gedraaid voor wat er nog kan komen. De toevoeging van The White Stripes zorgt voor een hoog oh ho ho gehalte, altijd gezellig. DJ Lethal houdt het in ieder geval gezellig. Beetje Slayer ach waarom ook niet. De mannen weten het publiek goed te vermaken. Met de inzet ‘My Generation’ laat Fred Durst zien dat hij de snelle raps ook nog prima aan kan. Een rubber eend in het publiek trekt de aandacht van Fred en deze komt op zijn verzoek midden in pit terecht, weer iets waar de springende enthousiastelingen zich mee kunnen vermaken. De frontman zoekt de interactie met het publiek op en klimt in de barriers. Spelen met de rubber eend (die ondertussen een steeds grotere rol in het optreden krijgt) is iets wat hij toch ook wil. House Of Pain , Pantera, DJ Lethal draait ze allemaal. Iets minder onderbrekingen en wat meer spelen zou leuk zijn. De eend heeft ondertussen zijn plek op ’t podium gevonden en rust vredig onder de kont van Fred. Wes brengt zijn vertolking van ‘Smells Like Teen Spirit’ nog aardig. De rest van de band haakt aan, wat de aanzet blijkt voor ‘Killing In The Name Off’. Qua vocalen matched Fred goed, en daarmee weet Limp Bizkit op overtuigende wijze Rage Against The Machine te coveren. Alvorens ‘Behind Blue Eyes’ ingezet wordt slingerd Fred zijn mic het publiek in. Het kost wat energie om het publiek mee te laten zingen. Het moment is dan eindelijk daar ‘BREAK STUFF’. Wel voorzichtig zijn want Wes besluit te gaan crowdsurfen met gitaar, en niet alles hoeft stuk. Ook Fred duikt het publiek in. De mannen maken er in ieder geval een feestje van. Met ‘Now I Know Why You Wanna Hate Me’ wordt het optreden beëindigd, en daarmee zijn alle grote hits, op ‘Nookie’ na, wel aangedaan. Veel covers ja, veel onderbrekingen ja maar wat een brok entertainment stond hier op het podium. Limp bizkit was een waardige afsluiter van de zaterdag in prison.

Ufomammut is de bijzondere kers op de figuurlijke taart deze zaterdag. Zij hebben het genoegen om de Swamp af te sluiten. Psychedelische doom / sludge lijkt echter weinig gevangenen te bekoren en de tent is dan ook maar voor een derde gevuld. Na Limp Bizkit zijn de rauwe klanken misschien ook te veel van het goede. De sfeer is een beetje bedroevend maar het past op een of andere manier goed bij de muziek. Toch zullen de mannen op het podium liever voor een benauwd moeras gespeeld hebben waarbij ’t zweet langs de tent doeken liep. Helaas het mocht niet baten. Misschien is dit genre gewoon een beetje te veel van het goede op dit tijdstip. Te veel instrumentaal met zo nu en dan rauwe kreten van zanger Urlo doet menig metal corps zich verplaatsen naar de Graveyard.

Tekst: Juliette Ruygrok, Theo Wapenaar en Erik van Dijk