Délétère De Horae Leprae

Sepulchral Productions

Website:

Délétère

Het Canadese Délétère zou bijna ‘The True’ voor hun naam kunnen zetten. Er is namelijk nog een band met dezelfde naam, uit Canada, die black metal speelt. Inmiddels heeft de andere band een naamsverandering ondergaan en is dit nu ‘The One And Only’ Délétère. Dat een nieuwe langspeler produceert getiteld ‘De Horae Leprae’ wat vertaald vanuit het Latijn ‘de uren van lepra’ oplevert. Dat u het weet. Het conceptalbum verhaalt over Teredinis, een man en leprapatiënt die eigenlijk een incarnatie is van de pest. Welke Middeleeuwse bron de heren hiervoor hebben geopend, ik weet het niet, maar fascinerend is het wel.

‘Cantus I – Teredinis Lepra’ opent nog met aanzwellende orgelpartijen alvorens te ontaarden in toch wel typische blackmetalpartijen voor dit soort bands. Denk Forteresse maar met betere productie. Dezelfde glorieuze riffs die kenmerkend zijn voor veel van deze bands (denk ook aan Csejthe, Monarque en andere ‘Québécois Black Metal’ bands) zijn ook hier terug te horen. Het is hetzelfde soort energie dat deze muziek opwekt. Ergens doet het ook denken aan de vitaliteit die je ervaart (althans ik) bij een band als het IJslandse Naðra. De band stoomt behoorlijk door met een zanger die een prima strot heeft. Hier een daar hoor je zelfs een Nattramn-esque uithaal. ‘Cantus II - Sagina Caedendis’ kost het even tijd om van start te gaan maar bevat dezelfde furie als de albumopener. En ook hier die hard doorhakkende drums met fantastische riffs eroverheen. Zo kan black metal zowel kwaadaardig als adembenemend klinken. ‘Cantus III – Ichthus Os Tremoris’ klinkt wat mer rockerig en heeft zelfs bijna Maidenesque dubbele gitaarleads zonder z’n eigen identiteit te verliezen. Een welkome afwisseling. ‘Cantus IV – Inopia Et Morbo’ gaat op dezelfde voet verder. De orgel heeft wederom een plekje gekregen in ‘Cantus V – Figura Dysphila’ maar deze keer als achtergrondondersteuning in plaats van openingsinstrument. Ook dit werkt, terwijl de band maar blijft strooien met gave riffs. ‘Cantus VIII – Atrum Lilium’ is het toppunt van epiek. Hard startend, meteen een schreeuw en gewoon gaan. Ruststuk in het midden waardoor de navolgende versnelling extra goed binnenkomt. ‘Cantus IX – Oratio Magna’ heeft nog even extra oog voor orgels overal, en dan is de koek op.

Dit album, dat toch ook weer net meer dan een uur klokt, is een genot om te luisteren. IJskoude black metal riffs op welhaast epische wijze in een wervelwind van catchy riffs gebracht. Tel daarbij op een prima productie, een interessant thema en je hebt gewoon een heel goed album te pakken. Je kan je afvragen of je voor de volle 100% je aandacht blijft behouden bij de muziek, maar lekker klinken doet het zeker. Het is eigenlijk één grote achtbaan van gave riffs en koude atmosfeer. Heerlijk. Voor iedereen met een voorliefde voor de Canadese atmosferische black is dit een must-buy. Voor elke andere (black) metal fan een absolute aanrader. (Thomas van Golen)

89/100

Tracklist:
01. Cantus I – Teredinis Lepra
02. Cantus II – Sagina Caedendis
03. Cantus III – Ichthus Os Tremoris
04. Cantus IV – Inopia et Morbo
05. Cantus V – Figura Dysphila
06. Cantus VI – Barathra I
07. Cantus VII – Barathra II
08. Cantus VIII – Atrum Lilium
09. Cantus IX – Oratio Magna